Puzzel

‘Puzzel’ is een vervolg op ‘De stap’ en laat de andere kant zien, geschreven op verzoek van @vanDalenAnne

Ze kijkt naar zijn gekromde rug en ziet hoeveel moeite hij moet doen om de afwasteil recht te houden. Ze heeft al zo vaak gezegd dat hij rechtop moet lopen, met als enige effect dat hij grommend zijn schouders ophaalt. Als hij bijna bij het afwasgedeelte is, draait ze zich om en stapt de caravan binnen om koffie te zetten. Ze meet vier en driekwart schep gemalen koffie af, gooit voor precies vier kopjes water in het reservoir en zet het koffieapparaat aan. Terwijl ze de koffiekopjes met de schoteltjes op het dienblad zet, de lepeltjes links en het Bastongekoekje rechts, denkt ze aan al die jaren die ze al in deze caravan hebben doorgebracht. Toen ze net verkering hadden, was zo’n klein trekkerstentje meer dan genoeg. Als ze elkaar maar hadden. Waar zou dat tentje eigenlijk zijn gebleven? Oh ja, verkocht, net na de geboorte van hun eerste.

In de begindagen van hun relatie brachten ze elke minuut samen door. Elk woord dat ze uitsprak leek hij in zich op te nemen en te koesteren, alsof het puzzelstukjes waren die hij uiteindelijk bij elkaar kon leggen om haar te vormen. Nu leek elk woord er al snel één te veel. Of ze kwamen helemaal niet aan; soms moest ze zichzelf wel drie keer herhalen en dan kreeg ze nog niet meer dan een kort knikje of wat instemmend gehum als reactie. De ergenis die ze net tijdens het eten had gevoeld, had de knoop in haar maag nog wat strakker aangetrokken. Ze had hem verteld over die vrouw drie caravans verderop, waarvan ze vermoedde dat zij haar afvalwater stiekem in de sloot gooide. Belachelijk natuurlijk! Met deze hitte gaat dat vreselijk stinken en het trekt allerlei ongedierte aan. Maar hij had niet geluisterd en had zijn bonen naar binnen geschoven alsof ze niet aan tafel zat. En middenin haar relaas over de weerberichten en het te pas en te onpas uitroepen van code geel, had hij de borden en mokken bij elkaar geraapt en was met de afwasteil vertrokken, een gemompeld ‘ik ga afwassen’ bereikte haar nog net.

Zou hij wat vrolijker worden van een extra koekje bij de koffie? De dokter had dan wel gezegd dat zijn cholesterol wat te hoog was, dus daar lette zij nu extra op, maar een keertje zou toch geen kwaad kunnen? Ja, een extra koekje is een goed idee. Hij zal zo wel terug komen met de schone vaat, ze zal zijn krantje meteen ook even klaar leggen. Met het dienblad en de krant loopt ze de caravan uit, naar de tafel met de gezellige gerbera’s erop. Ze tuurt over het grasveld richting de afwashoek. Ze ziet hem niet staan, misschien is hij even naar het toilet. Zijn blaas is tegenwoordig zo gevoelig, zelfs ’s nachts moet hij er wel drie tot vier keer uit. Ze had al een afspraak voor hem gemaakt bij de huisarts, maar toen ze vertelde wanneer hij verwacht werd, liep hij boos de deur uit. Hij had de rest van de middag in de schuur doorgebracht. Zijn zwijgzaamheid maakte haar vreselijk onzeker, maar ze durfde er niet met hem over te praten. Ze wilde geen problemen benoemen die er misschien helemaal niet waren. Iedereen is wel eens chagrijnig, ze moest er maar niet te veel achter zoeken.

Ze schrikt op uit haar gedachten als de klok in de caravan acht uur slaat. Zo laat al? Waar blijft hij toch? Zo lang duurt het niet om twee borden, mokken en wat bestek af te wassen. Ze kijkt weer naar het gebouwtje, maar hij is nog steeds nergens te bekennen. Er zou toch niets gebeurd zijn? Misschien heeft hij wel een toeval gehad en ligt hij nu op de wc-vloer te happen naar lucht. Dat kan natuurlijk gebeuren op zijn leeftijd. De schrik slaat haar ineens om het hart en ze haast zich over hetzelfde paadje waar ze hem een half uur geleden nog met gekromde rug zag schuifelen.

Ze vindt hun vaat, schoon, naast de wasbak. De theedoek ligt er bovenop. Snel loopt ze naar de toiletten. “Jan? Jan? Waar ben je, is alles in orde?” en ze trekt de deur van het dichtsbijzijnde toilet open. Leeg. Ook het tweede en derde hokje zijn leeg. Waar zou hij dan zijn? Ze loopt een rondje rond het gebouwtje, maar ziet Jan nergens. Zou hij even aan het kletsen zijn bij één van de andere campinggasten? Misschien is hij uitgenodigd voor een kopje koffie. Ja, dat is het vast. Het is niet zo aardig dat hij haar niet even is komen halen, maar daar was vast nog geen goede gelegenheid voor geweest.

Langzaam loopt ze terug naar de caravan, ondertussen links en rechts in de voortenten spiekend of ze Jan ergens ziet zitten. Als ze aan tafel zit, met de lege koffiekopjes voor zich, weet ze niet zo goed wat ze moet doen. Zal ze alvast koffie voor zichzelf inschenken? Nee, nog even wachten maar, het is ook niet leuk voor hem als zij al klaar is en hij zijn koffie alleen moet drinken. Vijf minuten kruipen voorbij, acht, tien, twintig, maar Jan is nog steeds in geen velden of wegen te bekennen. Dit is niets voor Jan, om haar zo te laten zitten. De knoop in haar maag verandert in een stekende buikpijn. De onzekerheid en zorgen die ze de laatste jaren als een onzichtbare jas met zich meedraagt, komen nu in alle hevigheid naar boven. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen haar gevoel en haar verstand. Jan zal zo terug komen, dat moet gewoon. Dat doet hij altijd.

Nog een half uur later is ze overstuur alle caravans en tentjes op de kleine boerencamping langs geweest. Ook de campingeigenaar heeft ze gevraagd of hij Jan misschien heeft gezien; dikke tranen stroomden over haar wangen toen hij ontkennend antwoordde. Nu zit ze bij hem in de keuken, met een glaasje water voor zich. Zijn kalmerende woorden ‘Hij is vast even een ommetje aan het maken, hij zal zo wel terug zijn, het is een volwassen man, hij loopt vast niet in zeven sloten tegelijk’, komen nauwelijks bij haar binnen. Diep in haar hart weet ze het. Haar angst is werkelijkheid geworden. Jan is klaar met het verzamelen van de puzzelstukjes. En nu de stukjes allemaal op hun plek liggen, blijkt de puzzel haar waarde te hebben verloren.

Ik vond dit een erg lastig verhaal om te schrijven. Dit is versie achtentachtigduizend. Ongeveer. Maar ik ben er nog niet tevreden over. En dat lees je erin terug, vind ik. Dat vond Anne ook: “jouw hart zit er niet in.” Ze heeft gelijk. Maarrrrr, na wat brainstormen met mams en zussie is er een versie in mijn hoofd ontstaan waar ik wel meteen enthousiast over ben. Dus ik ga nog een versie schrijven. Schrijfmeters maken en leren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s