Gewoon doorlopen!

‘Ik moet toch nóg een keer naar de wc. Jullie ook?’

Ik hoor mezelf ratelen tegen mijn hardloopmaatjes en de ander mensen in de rij. Ik ben zenuwachtig, over een kwartier starten we en de vlinders in mijn buik oefenen fanatiek op het perfectioneren van hun duikvluchttechniek. Ik ben hier voor de Rokkeveense Dekkerloop: ik had er nog nooit van gehoord, maar deze run van 15 kilometer paste netjes in het trainingsschema voor de halve marathon. Daarom sta ik nu in de rij voor het toilet van een overvolle sporthal om er zeker van te zijn dat mijn blaas me niet gaat pesten tijdens het lopen.

Laat je niet opjagen
Een beetje huiverig voor de aanstaande kou, verlaat ik de sporthal om buiten in de miezerregen alvast wat te dribbelen en mijn benen te stretchen. Ik klets met wat clubgenoten en probeer me te ontspannen. Binnen no time is het zo ver: samen met de tienkilometerlopers mogen we zes minuten voor de start het startvak in. Ik spring op en neer om warm te blijven, dribbel op mijn plaats en schop per ongeluk een medeloper wanneer ik mijn bovenbenen stretch. Ik ben nu al begonnen met het uitschakelen van mijn concurrentie. Langzaam maken de zenuwen plaats voor focus op de run: ik kan dit, ik kan vijftien kilometers hardlopen. Het is de tweede keer dat ik vijftien kilometer loop en mijn eerste vijftien kilometer in een officiële run. Ik hou mezelf voor: gewoon doorlopen en mijn eigen tempo aanhouden. ‘Laat je niet opjagen’, zit als een mantra in mijn hoofd. Want als ik me laat meeslepen door het tempo van de andere lopers, loop ik kans mezelf veel te vroeg stuk te lopen. En met snoekduikende vlinders in mijn maag is dat risico zeker aanwezig.

Pang!

Het veld komt in beweging en het handjevol toeschouwers dat de regen trotseert, schreeuwt ons bemoedigende woorden toe. Ik zie mijn loopmaatjes al flink versnellen en concentreer me op mijn eerste doel: zorgen dat ik een prettig tempo vind en mijn hartslag rustig omhoog breng. De eerste paar kilometer vind ik altijd het meest vervelend. Het zijn die kilometers waarbij ik denk: ‘wat doe ik?’, ‘ik kan dit niet’, ‘ik wil stoppen’, ‘pffff’. Gelukkig is dit inmiddels mijn negende hardloopwedstrijd en weet ik dat dit na een dikke tien minuten voorbij is. Dan is mijn hartslag op ritme en mijn ademhaling rustig.
Ik loop al snel in een fijn tempo: ik ben na de eerste kilometer iets rustiger gaan lopen toen ik een man naast me hoorde zeggen dat we op vijf minuten per kilometer zaten. Dat is voor mij op deze afstand te snel: toch iets te enthousiast van start gegaan.

Terwijl ik links en rechts ingehaald word door de snellere lopers, voel ik me al snel heel goed. Mijn ademhaling is rustig, mijn benen voelen goed en ik kan me goed concentreren op mijn looptechniek en tempo. Af en toe word ik even afgeleid door lopers die in deze eerste kilometers al heel zwaar hijgen of hun voeten zo hard laten neerkomen op het asfalt dat ze veel lawaai maken. Gelukkig kan ik deze lopers snel afschudden en de eerste kilometers vliegen voorbij.

Mezelf voor de gek houden
Ik deel de afstand die ik moet lopen in gedachten altijd op in stukjes. Dan voelt het als een minder grote klus en heb ik het gevoel dat ik het beter aankan. Ik hou mezelf dan natuurlijk gewoon een beetje voor de gek en ik weet heus wel dat ik vijftien kilometer moet lopen, maar toch helpt deze truc heel goed. Vijftien kilometers zijn drie blokken van vijf kilometer. En vijf kilometer, dat kan ik gemakkelijk. Bovendien staat bij deze loop elke afgelegde kilometer aangegeven, waardoor ik van kilometer naar kilometer kan lopen.

‘Nog een klein stukje!’
De eerste tien kilometer gaan heerlijk. Ik zit perfect in mijn ritme, geef een man die wijst waar we af moeten slaan een high five en steek mijn duim op naar een fotograaf. Ik heb het zelfs warm en besluit mijn handschoentjes uit te doen. Die vijftien kilometers gaan lukken, eitje! Op kilometer zeven komt er een man links van me lopen, hij voert zijn tempo al behoorlijk op. ‘Kom op, nog maar een klein stukje, je kunt het,’ moedigt hij me aan. Ik kijk naar de kleur van zijn startnummer en zie dat hij de tien kilometer loopt. Lachend geef ik aan dat ik nog maar net op de helft ben en wens hem veel succes met zijn laatste drie kilometer.

Route
Bij een bruggetje splitsen de tienkilometerlopers zich van de vijftienkilometerlopers. Ik vraag de man naast me om alvast de kantine voor me op te warmen en sla met een brede glimlach linksaf voor het laatste blokje van vijf kilometer. ‘Laatste blokje’ klinkt alsof het er al bijna op zit en in mijn hoofd hoor ik op repeat: ‘op naar de elf, op naar de elf.’ Ik streep nog steeds elke kilometer bewust van mijn lijstje.

De route van de Rokkeveense Dekkerloop is trouwens allesbehalve mooi. De tocht voert over fietspaden langs drukke wegen waar auto’s hard voorbij stuiven, over de stoep op een industrieterrein en door grijze woonwijken waar ik mensen die de hond uitlaten moet ontwijken. Combineer dit met de regen en koude wind en het plaatje is compleet. Maar hee, ik ben hier niet voor een stadswandeling, er moet gewoon gewerkt worden.

Wie hoor ik toch steeds?
Het elfkilometerpunt komt voorbij, op naar de twaalf. Ik moet rechtsaf slaan en loop ineens vol tegen de wind in, de regen slaat in mijn gezicht. Langzaam krijg ik het steeds kouder en mijn benen laten me weten dat ze het ondertussen best ver vinden. Maar als ik twaalf kilometer kan lopen, dan kan ik er ook vijftien. Stoppen of wandelen komt niet in mijn hoofd op tijdens het hardlopen en conditioneel gezien voel ik me nog hartstikke goed. Doorlopen! En probeer de kou te negeren. Ik focus me op mijn houding en loopritme, want als ik moe word heb ik de neiging om voorover te gaan hangen, mijn schouders op te trekken en met mijn armen te gaan zwaaien. Dat kost veel te veel energie en die energie heb ik hard nodig voor het lopen zelf. Rechtop, rechtop, zet je armen in, zet je armen in: ik hoor de stemmen van mijn trainers in mijn hoofd. En ja, het helpt dus echt. Steeds als ik mijn houding corrigeer, loop ik net iets lekkerder.

Ik loop al een tijdje alleen, het overgrote deel van de lopers zit ver voor me en achter me loopt de rest. Rechts zie ik het bord dat het twaalfkilometerpunt aangeeft staan en ik ga op naar de dertien. Na de dertien hoef ik nog maar twee kilometer en wat is nou twee kilometer? Dat loop ik met twee vingers in mijn neus! Voor het gemak en om mezelf te motiveren vergeet ik even dat ik er al dertien op heb zitten. Ja, daar is de dertien al! Gelukkig mag ik iets later rechtsaf slaan en heb ik geen tegenwind meer.

Jij komt er niet voorbij!
Wanneer ik kilometer veertien nader, merk ik dat een loper die de hele run ver achter me liep, aan het versnellen is. Het is een clubgenoot van mijn atletiekvereniging. Hij komt steeds dichterbij en ik besluit: ik wil hem voor blijven. Waarom? Daarom! En met het laatste restje kracht dat ik nog kan vinden, voer ik ook mijn tempo op. Hij heeft dat natuurlijk meteen door en probeert nog iets harder te lopen. Niets daarvan, denk ik verbeten en ook ik schakel nog een tandje bij. Ik verbaas mezelf eerlijk gezegd, dat ik op dit punt op de route nog wat sneller kan lopen.

Gehaald!
Ja, daar is het bord van de veertien kilometer! Nog maar duizend meter, één kilometer te gaan. Op naar de finish! Ik moedig mijn benen aan om door te zetten en het laatste stukje naar de eindstreep weet ik er zelfs nog een eindsprintje uit te halen. Ik hoor de omroeper mijn naam noemen en steek mijn armen in de lucht. Yes! Gehaald! Vijftien hele kilometers hardgelopen, in weer en wind. Ik moet even op adem komen van mijn laatste versnelling en hijgend neem ik een mandarijn, flesje water en herinneringsvaantje in ontvangst en ga snel naar de warme sporthal om mijn loopmaatjes op te zoeken.

Gelukkig
hardloopselfieMijn nettotijd is 1.36.00. Ik mag dan wel niet supersnel zijn, ik heb maar mooi mijn eerste vijftienkilometerrun gelopen! Zonder te stoppen, zonder te wandelen, in een prima tempo. Ik maak een selfie en zie hoe gelukkig ik eruit zie. Dit is waarom ik hardloop en meedoe met runs. Dit is waarom ik mijn doelen steeds bijstel en mijn grenzen op zoek: dat gevoel dat ik veel meer kan dan ik denk, de adrenaline die door je lijf stroomt wanneer je de eindstreep hebt gehaald en de overwinning die je op jezelf behaalt. Ik heb het gedaan en ben retetrots. Op naar de 21 kilometer!

Foto: “Medailleceremonie 100 meter hardlopen (Olympische Spelen 1928)” door Onbekend – Elsevier (ELSEVI 081) (Geheugen van Nederland). Licentie Publiek domein via Wikimedia Commons.

Advertenties

7 gedachtes over “Gewoon doorlopen!

  1. Ik krijg altijd meteen zin om mijn hardloopschoenen aan te trekken wanneer ik dit soort sportverhalen lees. Hartstikke goed! En het is wat je zegt, die adrenaline werkt verslavend. Op naar de volgende uitdaging 🙂

    Like

  2. Ik ken het verhaal al natuurlijk, toch geweldig leuk om te lezen. Je hebt het mooi beschreven 🙂

    Fijn dat we deze hardlooppassie delen, op naar de 21 en nog veel meer kilometers met vooraf gezonde spanning en achteraf geweldige voldoening!

    Noor

    Like

  3. Wat heerlijk geschreven! Nou ben ik helemaal niet van het hardlopen, was al super trots op mijzelf dat ik eens 15 min vol had gehouden aan een stuk. Laat staan 15 km. Knap van je!

    Like

  4. Mooi omschreven zo’n wedstrijd en een mooie opmaat naar de halve marathon. En die tijd: ik zou me niet te druk maken. Je doet een goede 6minuten over een kilometer, dat doe ik je niet na. Ik doe 1:20 over een 10km (oke zwanger en ruim 20graden, maar toch…). Be proud!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s