Debutantenbal: opvallende zaken en tien tips

Manon Uphoff komt uit een dertienkoppig gezin, waar de verhalen over elkaar buitelden, maar niemand naar haar luisterde. Waar haar vader de grote klassiekers naschilderde, maar steeds met haar moeder in de hoofdrol. Oek de Jong had een vriend die Wopke heette en hield tot hij begin twintig was geheim dat hij schrijver wilde worden. Herman Koch had een vader die verhalen uit zijn mouw schudde en schreef al vanaf de basisschool verhalen. Wanneer hij een opstel moest inleveren, pakte hij er gewoon één van de stapel.

Tijden veranderen
Zo maar een greep uit de verhalen vertelt door de drie gevestigde auteurs tijdens het programmaonderdeel ‘Ook ik was debutant’ op het Debutantenbal in de Balie, gisteravond. Op de flyer met daarop het programma werd nog gesproken over ‘die grote angst dat het totaal onopgemerkt blijft’, maar daar bleken ze geen van drieën last van gehad te hebben. Zowel Manon, als Oek en Herman hadden al vroeg in hun leven door dat ze schrijvers zijn en op een bepaald moment was daar het werk waarvan ze wisten: ‘dit is goed, hiermee ga ik naar buiten’. Het moment dat de telefoon ging en de hoofdredacteur van het literaire tijdschrift dat ze aangeschreven hadden liet weten enthousiast te zijn, konden ze zich allemaal nog herinneren als de dag van gisteren. Over ‘die grote angst’ spraken ze geen van drieën. Het ging eigenlijk allemaal heel soepel, dat debuteren, en hun belangrijkste tip was dan ook: heb geduld voor je debuteert. Wees zeker van het werk dat je opstuurt.

Isolde Hallensleben, bekend van De Jakhalzen bij DWDD, interviewde de oude rotten in het vak. Het leverde een uurtje mooie anekdotes op, maar echt veel wijzer werden de aanwezige mogelijke debutanten in spé, hongerig naar dé tip, er niet van. De tijden zijn veranderd: je valt niet ‘zo maar’ meer op met uitzonderlijk werk. Was het literaire landschap ten tijde van het debuut van Manon, Oek en Herman nog overzichtelijk; tegenwoordig zijn er honderden, zo niet duizenden manieren en wegen om je als beginnend schrijver te profileren. En daardoor ook evenveel manieren om ondergesneeuwd te raken.

Tips en trucs van uitgevers
Het programmaonderdeel ‘Tips en trucs van uitgevers’ zou de zaal ruimschoots de gelegenheid geven om alle brandende vragen af te vuren op de drie genodigden: Lidewijde Paris van Nieuw Amsterdam, Joost Nijsen van Podium en Josje Kraamer van Querido. Presentatrice Isolde somde kort de CV’s op en Lidewijde zette meteen de toon door Josje op haar plaats te zetten toen deze toevoegde ‘ook bij Meulenhoff gewerkt te hebben’: ‘Ja, Josje, daar hebben we al-le-maal gewerkt, ik dacht dat er een korte samenvatting van de CV’s gegeven werd. Anders kan ik ook nog wel het een en ander aanvullen.’ Josje keek geërgerd naar rechts, maar Lidewijde keek stoïcijns de zaal in en deed alsof haar neus bloedde.

Joost en Lidewijde bleken de meeste noten op hun zang te hebben en waren veelvuldig aan het woord. Ze vertelden over de fameuze ‘slush pile’, de vreemde manier waarop sommige manuscripten aangeleverd worden (Joost: “de geur van Chanel no.5 steeg op uit het roze doosje, gevoerd met satijn”) en hoe zij debutanten ontdekken. Dat gebeurt vaak via-via: de debutant wordt aangeraden door iemand uit het netwerk of een reeds bekende auteur of komt naar boven drijven via blogs, schrijfwedstrijden en literaire tijdschriften. Tijdens het gesprek vonden de uitgevers het blijkbaar belangrijk om te laten weten dat zij toch echt andere methodes hanteren dan hun collega’s. Een goede tip voor beginnende schrijvers is dan ook: verdiep je in de uitgeverij en vooral de uitgever waar je graag zou willen debuteren. Past hun werkwijze bij jouw stijl?

Tien tips voor debutanten
Voor vragen uit de zaal was door het enthousiasme van de uitgevers wat minder tijd dan vooraf gehoopt, maar het gesprek leverde toch, gecombineerd met de verhalen van de drie auteurs, tien tips voor debutanten op:

  1. Heb geduld. Wees niet te snel met het insturen van je werk. Wacht tot je zeker(der) van je zaak bent, zodat je met vertrouwen voor je werk op kunt komen.
  2. Lees veel. Schrijf veel. Terwijl je geduldig wacht, is stilzitten absoluut niet de bedoeling. Goede schrijvers zijn veellezers en als je niet schrijft, ben je geen schrijver. Het lijken open deuren, maar in de praktijk blijkt dit voor veel mensen een eye-opener… Door veel te lezen, leer je hoe andere schrijvers spelen met taal, hoe ze hun verhalen opbouwen, hoe ze een bepaald ritme opvoeren en de woorden aan elkaar rijgen tot een logisch geheel. Door veel te schrijven, kun je verschillende technieken oefenen, je eigen stijl ontwikkelen en concentratie en zitvlees kweken.
  3. Wees zichtbaar. Uit de slush pile gevist worden lukt slechts een enkeling. Je moet opvallen, op verschillende manieren én plaatsen. Houd een blog bij, doe mee aan schrijfwedstrijden, leer mensen in het vak kennen. Kortom: laat je zien. Schrijf je poëzie? Dan zijn wedstrijden voor jou dé plaats om op te vallen.
  4. Weet waarom je schrijft. Als je enige reden om te schrijven ‘ik wil rijk en beroemd worden’ is, dan gaat het heel lastig worden om te debuteren. Joost Nijsen gaf aan dat er in principe niets mis is met een dergelijke ambitie, maar het kan niet je drijvende kracht zijn. Wat is het doel van jouw verhalen? Waarom moet jij ze kwijt en waarom zouden anderen ze moeten lezen?
  5. Weet bij welke uitgever jouw werk past. Geduld gehad, veel geoefend, veel gelezen en nu je meesterwerk geschreven? Klaar om een uitgever te overtuigen van je kwaliteiten? Dan is het tijd voor het voorbereidende werk. Stuur je manuscript niet naar twintig willekeurige uitgevers in de hoop dat er iemand hapt. Door te schieten met hagel raak je van alles, maar zeer waarschijnlijk niet de juiste snaar. Kijk in je boekenkast: bij welke uitgever publiceren jouw favoriete auteurs? Binnen welk genre valt jouw boek en welke uitgever is daar sterk in? Hoe beter jij kunt aansluiten bij de wensen van de uitgever, hoe groter de kans is dat jouw brief en manuscript daadwerkelijk gelezen worden.
  6. Besteed veel zorg aan de begeleidende brief. Een groot deel van de beginnende schrijvers wordt al afgewezen op de brief bij het manuscript. Staat deze vol fouten, is deze te algemeen, kun je niet goed verwoorden waarom je juist bij deze uitgeverij wilt debuteren? Helaas, jouw manuscript zal onherroepelijk afgewezen worden. Besteed aandacht aan een heldere, korte brief, zonder overbodige poespas.
  7. Wees in staat om helder samen te vatten waar je boek over gaat. Als jij dat al niet kunt, hoe moet de uitgever dan weten waar het boek over gaat?
  8. Stuur niet te veel. Je hoeft niet meteen alle 528 pagina’s van je debuutroman uit te printen. Een aantal hoofdstukken is voldoende. Als de uitgever geïnteresseerd is, zal hij of zij vragen om meer materiaal. Probeer ook niet op te vallen met cadeautjes, vreemde dozen met wolken parfum of ondergoed. En laat je manuscript nog niet inbinden als boek; stuur het gewoon als een stapel A4-tjes toe. Dat mag uiteraard digitaal. Joost Nijsen gaf expliciet aan ‘te houden van een stapel papier’.
  9. Heb je een agent nodig? Hierover verschilden de uitgevers van mening. Joost en Lidewijde hebben er geen bezwaar tegen, maar werken in de praktijk niet vaak samen met agenten. Voor Josje was dit juist wel een beproefde manier om nieuwe auteurs te vinden, ze prees vooral de samenwerking met Sebes & Van Gelderen.
  10. Wees uniek. Wanneer worden uitgevers enthousiast? Als uit het manuscript blijkt dat jij goed kunt schrijven: er meerdere vertellagen zijn, je een eigen stijl hebt, er een goed ritme in het verhaal zit, je de lezer weet mee te voeren en je in staat bent veel te vertellen zonder het expliciet te benoemen. Juist: het aloude ‘show don’t tell’. En je valt op wanneer jouw verhaal juist niet autobiografisch is, je geen jeugdtrauma’s probeert te verwerken in je debuutroman of geen verhaal is over de vreemde dingen die jouw huisdier meemaakt. Wijk af, vind je eigen pad.

ECI Debutantenprijs
Een deel van de aanwezigen in de zaal heeft deze twee informatieve uren waarschijnlijk met klamme handjes en zenuwachtig schuifelend op hun stoel uitgezeten. Zij maakten namelijk kans op het winnen van de eerste ECI Debutantenprijs. De publiekswinnaar was al bekend: Tirza van Schie mocht deze prijs op het podium in ontvangst nemen en deed dat enigszins ongemakkelijk wiebelend op, waarschijnlijk speciaal voor deze avond aangeschafte, enorm hoge hakken. Terwijl zij zich na de felicitaties door de presentator concentreerde op  het voorkomen van een val van het podiumtrappetje, stond achter haar een ietwat beteuterd meisje met een enorm wit bord in haar handen. Het bord waarop het winnen van de prijs nog eens bekrachtigd werd.

Voorzitter van de vakjury, Daphne de Heer, mocht daarna hun winnaar bekend maken. Achter mij werd vooral bewondering uitgesproken over haar kledingkeuze: ‘maar ze heeft wel een mooi blouseje aan’. Snel voegde de dame met dit commentaar er daarna aan toe ‘dat Daphne ook een erg aardige vrouw is’. Waarvan akte.

Uit de 591 inzendingen was eerst een longlist van tien kanshebbers samengesteld. De top drie werd gisteravond bekend gemaakt: ‘Konijnenbelangen’ van Helge Bonset, ‘Het gras komt naar me toe’ van Renée Dinges en ‘Afscheid van Dweezil’ van Rutger Heringa. Rutger ging er uiteindelijk vandoor met de hoofdprijs en mag zich de eerste winnaar van de ECI Debutantenprijs noemen.

Volgend jaar weer?
Het was de eerste keer dat het Debutantenbal gehouden werd. Dat was op sommige momenten op de avond goed te merken. Een groot nadeel van het programma vond ik dat er verschillende presentaties gelijktijdig werden gehouden. Zo werd er in de salon verteld hoe de ‘slush pile’ bij een uitgeverij nu precies verwerkt wordt en werden recent gedebuteerde schrijvers en aankomende debutant Sarah Meuleman geïnterviewd over hun ervaringen met debuteren. Ook interessant, maar helaas gemist door het missen van de vaardigheid om mezelf op te splitsen. Verder was er de mogelijkheid om te speeddaten met drie auteurs in het ‘fluistercafé’, achterin de grote zaal. Dat heb ik dit jaar aan mij voorbij laten gaan, maar lijkt me een mooie kans om bij volgende edities gebruik van te maken.

Verder viel het op dat het publiek niet alleen uit jonge debutanten bestond. Er was ook een grote groep mensen op leeftijd aanwezig. Of zij al jaren broeden op hun meesterwerk en daar nu eindelijk mee naar buiten komen of familie waren van de debutanten in de race voor de prijs, weet ik niet. Het zorgde, samen met de aanwezige medewerkers uit het boekenvak, wel voor een rijke en interessante mix aan bezoekers. Grote afwezige van de avond: de media. De prijsuitreiking aan Tirza en Rutger had nog wat meer glans gekregen als er in elk geval een paar fotografen voor het podium hadden gestaan.

Foto: “Sandro Botticelli 057” by Sandro Botticelli – The Yorck Project: 10.000 Meisterwerke der Malerei. DVD-ROM, 2002. ISBN3936122202. Distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH.. Licensed under Public Domain via Wikimedia Commons.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s