Nooit rust

Het moet stil zijn. Dan kan ik het verplichte ritme dat zij dicteert goed horen. Dan weet ik of het lichtknopje de juiste klik maakt en zijn de handelingen vloeiend.
Net wanneer ik voor de laatste keer tegen de schakelaar tik, blaft de hond van de buren.
‘Opnieuw,’ zegt ze kortaf.
Ik geef het lichtknopje weer een, twee, drie, vier tikken.
Er giert een scooter door de straat, voor mijn huis geeft hij extra gas. Ik heb heel even de hoop dat het haar niet opgevallen is, maar ik voel haar irritatie al.
‘Opnieuw.’
Ik val in herhaling, het licht gaat aan-uit-aan-uit. Omdat zij alleen kalm wordt van het getal vier, volgt er nog een serie tikken.

Ze zorgt voor onrust. Niet alleen in mijn hoofd, maar in mijn hele lijf. De angst die ze veroorzaakt suist via de zenuwen in mijn nek, langs mijn ruggengraat naar beneden. Het trekt aan mijn spieren en zet ze onder hoogspanning. Haar stem balt zich samen in mijn buik en blijft daar razen. Het voelt alsof er duizenden vlinders in rondvliegen, fladderaars van de meest nerveuze soort. Ze botsen tegen elkaar, raken uit koers en rammen de wanden van mijn maag. Hun vleugels raken beschadigd, hun vlucht wordt steeds onzekerder.

Ik zie wat ik doe, hoe vreemd de dingen zijn die ze me dwingt te doen. Ze liegt tegen me, maar toch schik ik me naar haar wensen. Het heeft geen zin me tegen haar te verzetten, ze bewijst keer op keer dat zij de langste adem heeft.
‘Is de kraan echt uit?’, vraagt ze vertwijfeld. ‘Ik hoor toch niet het gas stromen? En de deur, is die goed op slot? Weet je het zeker?’
Door haar wantrouw ik mijn eigen ogen, mijn neus, mezelf. Ik weet dat alles uit, dicht en afgesloten is. Ik weet het honderd procent zeker. Maar zij wil toch dat ik het nog een keer controleer. En ze laat zich niet afschepen met een simpel ‘ja’.

Ik erger me aan al die handelingen die te veel van mijn tijd opeisen. De precisie die zij verlangt. Minuten tikken weg, terwijl de lampen knipperen en ik de kraanleertjes langzaam kapot draai. Het tellen helpt: het bakent het aantal handelingen dat ik moet doen af en geeft me een kans haar gerust te stellen. Tegelijkertijd is deze afspraak met haar een extra verplichting: nog een regel in ons uitgebreide draaiboek. Het duurt steeds langer voor ik de deur uit ben.
‘Kijk nog eens,’ dringt ze aan.

Als ik niet elke lichtschakelaar, deur, kraan, stekker en gasknop check, raak ik alles kwijt. Ze herinnert me er voortdurend aan.
‘Je dierbaren zullen verongelukken, het huis zal afbranden, je katten gaan dood.’
Ik probeer haar elke dag weer het zwijgen op te leggen, de angst die ze zaait te beteugelen. Maar ik weet dat ik het altijd van haar zal verliezen. Ik ben in de armen van controle gevallen en zij laat me nooit meer los.

‘Nooit rust’ schreef ik voor de NPO Verhalenwedstrijd. Het thema was ‘Te gek voor woorden’, aansluitend bij de Boekenweek die morgen van start gaat. Er waren ruim 2.000 inzendingen, helaas haalde mijn verhaal de top 25 niet. De vakjury (bestaande uit Paul Abels [uitgever/neerlandicus], Thomas Heerma van Voss [schrijver], Simone van Saarloos [schrijfster/ NRC-columniste], Persis Bekkering [recensente (journaliste) Volkskrant] en Abdelkader Benali [schrijver/tv presentator] heeft deze tien verhalen beloond met een prijs.

Uitgelichte foto door Simona Robová

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s