Hoe een vierkant mij rustig krijgt

Ik start weer te snel, ondanks mijn voornemen om dat nu eens niet te doen. Zodra ik buiten sta, klinkt er in mijn hoofd een startschot en probeer ik direct in het juiste tempo te lopen. Een warming-up, inlopen, spieren warm maken, daar doe ik niet aan wanneer ik voor mijn vaste vijf kilometers ga. Ik ga rennen, dus rennen zal ik.

Tijdens de eerste twee kilometer heb ik het druk. Ik hijs mijn hardloopbroek nog eens extra op, bedenk me dat een broek met een koordje misschien toch beter zit, bedenk me dan weer dat ik die broek mét koordje niet graag draag en neem me voor de honderdste keer voor om toch eens een nieuwe te halen. Het koordjesdilemma wordt al snel verdrongen door een pijnlijke steek linksonder in mijn buik. Weer dat stukkie darm dat vervelend doet. Ik denk aan yoga, ademhalen, de pijn verjagen met zuurstof, dat schijnt te helpen, en probeer me te concentreren op het lopen.

Loop ik wel goed rechtop, staan mijn schouders niet te ver naar voren? Ik bekijk mezelf in een raam en staar recht in het gezicht van een bankhangende buurtgenoot. Eh, hoi. Ik draai snel mijn hoofd weer naar voren en weet nog net uit wijken voor een langzaam wandelende meneer die een groot deel van de stoep in beslag neemt. Met een klein sprintje loop ik hem voorbij, mijn adem hou ik in om niet die wolk sigarettenwolk in te ademen.

Mijn vaste rondje is geen rondje, maar een vierkant. Ik loop van hoek naar hoek en zou de route met mijn ogen dicht kunnen lopen. Of ik niet eens een andere route zou volgen, voor de afwisseling, kreeg ik als tip op Strava. Maar dit vertrouwde vierkant geeft me rust. Ik heb vijf kilometer de tijd om de maalstroom aan gedachten in mijn hoofd even op pauze te zetten. Of, nou ja, aan andere dingen te denken. Aan wel, niet, wel, toch niet een koordje in mijn broek. Waarom die scooterrijder op zijn mobiel kijkt terwijl er zo’n klein jongetje voorop zit. Hee, daar ligt een tas, ik kan nog net het woord ‘professioneel’ lezen. Warm! Had ik niet toch een shirt met korte mouwen aan moeten doen? Ik stroop ze wel op en rits mijn kraagje wat verder open.

Via mijn oren vraagt ook Marcus Mumford om aandacht. ‘In the cold light, I live to love and adore you’, vertrouwt hij me toe. Mijn gedachten buitelen over elkaar heen in een poging Marcus te overstemmen. Maar die zingt natuurlijk gewoon door en mijn benen worden zich bewust van het ritme. Zodra mijn voeten de muziek voelen, ga ik van denkmodus naar loopmodus. Dat is waarom ik loop. Ik wil uit mijn hoofd en in mijn lijf. Mijn voeten voelen die neerkomen op het asfalt, me bewust zijn van mijn knieën die af en toe van zich laten horen als ik niet netjes loop, mijn hart laten werken en merken dat ik dit kan. Lopen, loslaten, volhouden.

IJskoude druppels raken mijn blote armen en de wind slaat vol in mijn gezicht als ik de hoek om ga. Snel trek ik mijn mouwen weer naar beneden en bedenk blij dat mijn keuze voor dit shirt tóch slim was. Achter deze gedachte staan een hele hoop anderen zich te verdringen om ook aandacht te krijgen, maar gelukkig gaat ook Marcus net los. Het tempo gaat omhoog, gitaren, drums, nog een keer het refrein, ik playback mee en loop. Even is er niets anders dan mijn bewegende lijf, de muziek in mijn oren en dat stuk fietspad voor me. Lopen en loslaten, loslaten en lopen, tot ik alle hoeken van het vierkant heb gehad.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s